6 min lezen
Papierformaten, marges en bindruimte
Welk printerpapier bij welk notitieboekformaat past, hoe je de marges en de bindmarge instelt, en wanneer je afloop en kruip gebruikt.
Paginaformaat en papierformaat
In een boekje staan op één zijde van een vel twee pagina’s naast elkaar. Het papier moet dus minstens twee keer zo breed zijn als één pagina, en minstens even hoog.
| Pagina van het notitieboek | Past op | Opmerkingen |
|---|---|---|
| A5 (148 × 210 mm) | A4 | Past precies: geen ruimte voor snijtekens |
| A6 (105 × 148 mm) | A5, A4 | Op A4 passen twee exemplaren per vel |
| Half Letter (5,5 × 8,5 in) | Letter | Past precies |
| B6 (125 × 176 mm) | A4, Letter | Snijd de witte rand weg |
| Traveler’s Notebook Regular (110 × 210 mm) | A4, Letter | Na het vouwen op breedte snijden |
| Traveler’s Notebook Passport (89 × 124 mm) | A5, A4 | Twee exemplaren op A4 |
| Field Notes-stijl (3,5 × 5,5 in) | Half Letter, Letter | Twee exemplaren op Letter |
Als het papier groter is dan de spread, worden de pagina’s gecentreerd en snijd je het extra papier na het vouwen weg (zie snijden en bijsnijden). Past de spread niet, dan meldt Notebook Generator dat en stelt het groter papier voor. Pagina’s worden alleen verkleind als je dat uitdrukkelijk toestaat, want een verkleinde pagina heeft niet meer de lijnafstand die je hebt gekozen.
Marges en de veilige zone
Elke pagina heeft vier marges: boven, onder, buiten (de rand weg van de rug) en binnen (de rand bij de rug). De binnen- en buitenmarge wisselen automatisch tussen linker- en rechterpagina’s. Sjablonen tekenen binnen de marges; het gebied daarbinnen is de veilige zone. Zet Marges tonen aan in het voorbeeld om die te zien.
Houd alles wat belangrijk is binnen de veilige zone. Printers kunnen niet tot helemaal aan de rand van het papier printen, en bijsnijden is nooit volkomen precies.
Bindruimte
De binnenmarge is ook je bindruimte: het deel van de pagina dat je kwijtraakt in de vouw, onder de nietjes of achter de steken.
- Geniete boekjes van een paar vellen: 8–12 mm binnenmarge is ruim voldoende.
- Dikke boekjes en genaaide notitieboeken die niet plat openvallen: gebruik 12–18 mm.
- Ringbanden en planners met schijfjesbinding: laat ruimte voor de gaten, meestal 12–15 mm.
Kruip
In een dik ruggeniet boekje steken de binnenste vellen na het vouwen een beetje uit aan de voorkant, omdat elk vel om de vellen erbinnen heen loopt. Als je de voorkant recht bijsnijdt, verliezen de binnenste pagina’s meer marge dan de buitenste. Kruip-compensatie schuift de binnenste vellen iets richting de rug. Een waarde van ongeveer de papierdikte (0,1 mm voor papier van 80 g/m²) per vel werkt goed. Laat het op 0 staan bij dunne boekjes.
Afloop
Afloop laat ontwerpen die tot de rand van de pagina lopen (zoals een gekleurde kaft) een paar millimeter voorbij de snijlijn doorlopen, zodat een net niet perfecte snede nooit een wit randje achterlaat. Gebruik 3 mm afloop als je ontwerp kleur tot aan de rand heeft en je het boekje bijsnijdt. Laat het op 0 staan voor gewone pagina’s op papier dat je niet bijsnijdt.
Papiergewicht
- 80–90 g/m² (20–24 lb bond): standaard, laat zich makkelijk vouwen, vulpeninkt schijnt soms door.
- 100–120 g/m² (27–32 lb): beter voor vulpennen en markers, vouwt nog goed tot ongeveer 10 vellen per boekje.
- 160–250 g/m² karton: voor kaften die op een apart vel worden geprint.